Nederlandse vertaling: I.J. Duijsens, J.G. Goekoop & Ph. Spinhoven
Adolescenten en volwassenen van 15 tot 79 jaar met een voldoende leesvaardigheid.
Meten van persoonlijkheidsaspecten, temperament en karakter.
De TCI heeft 240 items, te beantwoorden met “juist” of “onjuist”. De TCI bestaat uit 7 hoofschalen en 24 subschalen. De hoofdschalen zijn onderverdeeld in vier temperament- en drie karakterschalen. M.u.v. Volhardend heeft elke hoofdschaal drie tot vijf subschalen met 6 tot 12 items. Prikkelzoekend bestaat bijvoorbeeld uit de subschalen Ontdekkingsdrang, Impulsief, Extravagant en Wanordelijk. De temperamentschalen zijn: Prikkelzoekend.(40 items), Leedvermijdend (35 items), Sociaalgericht (24 items) en Volhardend (8 items); de karakterschalen zijn: Zelfsturend (44 items), Coöperatief (42 items) en Zelftranscendent (33 items).
De TCI is gebaseerd op Cloninger’s “Psychobiologische theorie van persoonlijkheid”. De temperamentschalen meten die aspecten van de persoonlijkheid die waarschijnlijk erfelijk beïnvloed worden, automatisch zijn, onbewust de leer-processen beïnvloeden en al vroeg in de kinderjaren geobserveerd kunnen worden. De drie karakterschalen verwijzen naar dimensies die op volwassen leeftijd tot volledige ontwikkeling komen, de persoonlijke en sociale effectiviteit beïnvloeden en het verwerven van een bewust zelfconcept. De vragenlijst kan niet alleen worden ingezet om normale gedragspatronen te meten, maar ook om te screenen op pathologie. De TCI geniet internationale bekendheid en er is veelvuldig over de psychometrische kwaliteiten van het instrument gepubliceerd.
Er is ook een verkorte versie beschikbaar, de VTCI. Met behulp van de VTCI worden alleen de scores op de hoofdschalen gemeten. Lees meer over de VTCI.
Voor de TCI zijn drie normgroepen beschikbaar: algemene bevolking (n=1034), patiënten (ambulante patiënten RIAGG, n=170) en verslaafden (n=100).
De betrouwbaarheid van de TCI hoofdschalen (steekproef normalen) is voldoende tot goed en loopt van .64 voor de relatief kleine schaal Volhardend tot .86 voor de schaal Zelftranscendent. De test-hertest correlaties (3 maanden) zijn hoog, van .77 voor Volhardend tot .90 voor Leedvermijdend.
Om de validiteit van de TCI te onderzoeken, is het instrument met verschillende andere vragenlijsten in verband gebracht, waaronder de MMPI-2 en de NEO-PI-R. Uit onderzoek kwam naar voren, dat Zelfsturend en Coöperatief met een groot deel van de basisschalen van de MMPI-2 correleerden. Volgens de theorie van Cloninger geven lage scores op met name Zelfsturend en in mindere mate op Coöperatief een vergrote kans op de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast bleek een groot deel van de basisschalen van de MMPI-2 ook met Leedvermijdend te correleren, een schaal die onder meer angst en depressieve gevoelens meet. Verder bleken alle schalen van de TCI ook met tenminste één van de schalen van de Big Five, zoals gemeten door de NEO-PI-R sterk en significant samen te hangen. De genoemde onderzoeksresultaten tonen aan, dat de TCI zowel met psychopathologie als met persoonlijkheidskenmerken in verband kan worden gebracht. Dit komt overeen met het doel van de test. Een beschrijving van de genoemde onderzoeken is opgenomen in de TCI-handleiding.
Schriftelijk of direct achter de computer. Individueel en groepsgewijs. De afnameduur is 40 minuten.
Handscoring met behulp van mallen: duur 25 minuten. Computerscoring: ja.