Datec

TCI Samenvatting

Het meten van persoonlijkheidseigenschappen: een vergelijking van de TCI met de NVM.

Bosscha, M.A., van Velzen, C.J.M. & Meesters, Y (2006)  Tijdschrift voor psychiatrie, 48 (6), 435-444.

Achtergrond: Voor het meten van persoonlijkheidsdimensies bestaan diverse betrouwbare meetinstrumenten. Eén daarvan is de Nederlandse Verkorte Minnesota Multiphasic Personality Inventory (NVM), maar het gebruik daarvan is niet langer geoorloofd.

Doel: Het onderzoeken of de Temperament and Character Inventory (TCI) kan fungeren als alternatief voor de NVM.

Methode: In een onderzoek is de NVM vergeleken met een persoonlijkheidsvragenlijst die vanuit een psychiatrisch perspectief is ontwikkeld: de TCI. Een groep van 91 psychiatrische patiënten in deeltijdbehandeling heeft beide vragenlijsten ingevuld. Correlatieanalyses zijn uitgevoerd.

Resultaten: De TCI valt als alternatief van de NVM te overwegen.


Similar psychological characteristics in mild and severe asthma.

Brinke, A. ten, Ouwekerk, M.E., Bel, E.H., Spinhoven, Ph. (2001). Journal of Psychosomatic Research, 50, 7-10.

In dit onderzoek wordt nagegaan of patiënten met milde en ernstige astma verschillen op verschillende psychologische eigenschappen. Bij 90 patiënten met ernstige astma en 37 patiënten met milde astma zijn o.a. de GHQ-12 en VTCI  afgenomen. De conclusie van dit onderzoek was dat er geen significante verschillen in psychologische eigenschappen ( persoonlijkheid en psychopathologie) werden gevonden tussen patiënten met milde en ernstige astma.


Nieuwe en Oude Nederlanders in de klinische verslavingszorg. Achtergrond van drop-out bij allochtone en autochtone cliënten.

Tjaden, B.R. & Spoek, A.M. (2001)  Arta, landelijk centrum voor verslavingszorg.

Onderzoek onder verslaafden van oude (n=150) en nieuwe (n=64) Nederlanders naar voorspellers voor het optreden van drop-outs. Op verschillende tijdstippen werden metingen bij de deelnemende cliënten verricht, waarbij de volgende meetinstrumenten gebruikt werden: de EuropAsi, de satisfactiemonitor, de verkorte TCI, de werkalliantie vragenlijst en de waardenvragenlijst van Schwartz. Gedurende de hele registratie werd een drop-out registratie uitgevoerd waarbij de behandelingsduur en aard van de drop-out werden vastgelegd.

Bij de uiteindelijke deelnemende cliënten werden de significante (p<0.05) verschillen in kaart gebracht. Nieuwe Nederlanders bleken daarbij vaker van het mannelijk geslacht, vooral hard- en polidruggebruiker te zijn, minder psychische en emotionele problemen te rapporteren, wat de persoonlijkheid betreft meer zelftranscendent en minder leedvermijdend te zijn en wat hun waardenprofiel betreft hoger te scoren op traditie en conformisme dan de Oude Nederlanders.

Geen van deze verschillend bleek significant (p<0.05) te correleren met drop-out.

Bij de analyse van de centrale onderzoeksvraag naar de relatie tussen etniciteit en drop-out bleek verrassende wijs het omgekeerde van wat we verwacht hadden. Eenmaal goed en wel opgenomen bleken nieuwe Nederlanders veel minder vaak uit te vallen dan de Oude Nederlanders, namelijk een factor 0,27. Anders gezegd: de drop-out is voor oude Nederlanders bijna vier keer zo groot als voor nieuwe Nederlanders.

De publicatie kan via B. Tjaden voor € 5,- besteld worden. Meer informatie en/of bestelling: B.R. Tjaden


Anxiety Sensitivity Profile: Dimensional Structure and Relationship with Temperament and Character

Does, W. van der, Duijsens, I.J.,Eurelings-Bontekoe, E.H.M., Verschuur, M., Spinhoven, Ph. (2003) Psychotherapy and Psychosomatics, Vol 72 (4), 217-222.

Background: Anxiety sensitivity (AS), the belief that bodily sensations have harmful consequences, is a reliable predictor of panic attacks in both clinical and nonclinical populations. Recently, a new measure of AS has been proposed. The AS profile (ASP) was designed to be a more comprehensive measure of AS, and to be more suitable for the measurement of different AS dimensions. Preliminary evidence (college student sample) suggests that the ASP has 4 dimensions. In the present study, the dimensional structure of the ASP was further investigated, as well as its relationship with temperament and character traits. Methods: Exploratory and confirmatory factor analysis of ASP scores in two large samples of psychiatric outpatients and nonclinical controls (combined n = 742). Correlations and partial correlations of ASP with temperament and character. Results: Exploratory factor analysis yielded a single AS factor. However, confirmatory factor analysis showed that the 6-dimensional structure, as Taylor and Cox had originally intended it, might be a defendable solution. However, the number of items is much too high, with many subscales consisting of semantic clusters. ASP scores were found to be weakly related to the temperament dimension harm avoidance, corroborating earlier findings that were not statistically significant because of small sample sizes. Conclusions: The ASP may be shortened from 60 to 24 items without loss of reliability or content. Future studies using challenge paradigms and studies with general hospital patients may further investigate the usefulness of a shortened version of the ASP.

 

Copyright © 2004 Datec. All rights reserved.
Laatste verandering: 11-08-03