In de classificatiesystemen DSM en ICD worden persoonlijkheidsstoornissen niet benaderd als zeer specifieke problemen of klachten zoals heftige angsten, depressies en paranoïde denkbeelden, maar als levenslange patronen die 'in fusie' affect, denken en gedrag bepalen. Hiermee is het onderscheid gelegen tussen de zogenaamde syndromatische of symptoomdiagnoses (de as I diagnoses van DSM) en de persoonlijkheidsstoornisdiagnoses (as II diagnoses in DSM). Persoonlijkheidsstoornisdiagnoses kunnen gesteld worden zonder dat er van een symptoomdiagnose sprake is. Het zal echter vaak het geval zijn dat naast een symptoomdiagnose ook een persoonlijkheidsstoornisdiagnose gesteld wordt, waarbij de relatie tussen symptoomstoornis en persoonlijkheidsstoornis op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd kan worden.
DSM-IV kent twaalf stoornissen die in drie clusters worden ingedeeld en een restcategorie. Cluster A omvat de paranoïde, schizoïde en schizotypische stoornis, cluster B de antisociale, borderline, theatrale en narcistische stoornis. Cluster C tenslotte omvat de obsessief-compulsieve, ontwijkende en de afhankelijke stoornis. Daarnaast zijn er twee experimentele stoornissen opgenomen: de passief-agressieve en de depressieve persoonlijkheidsstoornis.
ICD-10 onderscheidt negen stoornissen, die vrijwel allemaal overeenstemmen met een stoornis uit het DSM-IV systeem. Drie hiervan worden anders genoemd; ICD-10/DSM-IV: dyssociaal/antisociaal, anankastisch/ obsessief-compulsief en angstig/ontwijkend.
Ook met betrekking tot de criteria zijn er nogal wat verschillen. Het totale aantal criteria dat behoort tot een bepaalde stoornis kan verschillen evenals het minimum aantal bevestigde criteria waaraan voldaan moet worden voor de toekenning van een stoornis. Ook inhoudelijk zijn de criteria niet allemaal identiek. In de tabel hieronder worden een aantal van deze verschillen tussen de beide systemen weergegeven.
| Vergelijking van de classificatie van persoonlijkheidsstoornissen in ICD-10 en DSM-IV | |
|---|---|
| ICD-10 | DSM-IV |
| Paranoïde (4/7) | Paranoïde (4/7) |
| Schizoïde (4/9) | Schizoïde (4/7) |
| Dyssociaal (3/6) | Anti-sociaal (6/22) |
|
|
| Theatraal (4/6) | Theatraal (5/8) |
| Anankastisch (4/8) | Obsessief-compulsief (4/8) |
| Angstig (4/6) | Ontwijkend (4/7) |
| Afhankelijk (4/6) | Afhankelijk (5/8) |
| Schizotypisch (5/9) | |
| Narcistisch (5/90) | |
| Appendix PS | |
| Passief-agressief (4/7) | |
| Depressief (5/7) | |
N.B. Tussen haakjes staat het aantal criteria dat vereist is voor een positieve diagnose en het totaal aantal criteria behorend bij die persoonlijkheidsstoornis.
Het valt te verwachten dat nieuw onderzoek zich zal richten op de DSM-IV en ook de vernieuwingen in het VKP computerprogramma zullen alleen voor de DSM-IV versie te verwachten zijn.
De wijzigingen in de ICD-10 vragen zijn verwaarloosbaar. De aanpassingen bij de DSM-IV vragen zijn ingrijpender en worden hieronder samengevat:
Wijziging van sommige typen persoonlijkheidsstoornissen. Nieuw opgenomen is de depressieve persoonlijkheidsstoornis (als criteria voor verder onderzoek opgenomen in de appendix van DSM-IV). Niet meer opgenomen zijn de sadistische en de zelfondermijnende persoonlijkheidsstoornissen (dit waren beide criteria voor onderzoek opgenomen in de Appendix van DSM-III-R). Bij de obsessief-compulsieve stoornis is een criterium vervallen en is het totaal aantal criteria nodig om tot een positieve diagnose te komen verminderd van vijf tot vier.
Er is een aantal extra omgepoolde vragen opgenomen om antwoord tendenties tegen te gaan. Dit zijn vragen die tegengesteld aan een criterium geformuleerd zijn. Voor de scoring worden deze vragen genegeerd.
Enkele criteria zijn veranderd en de bijbehorende vragen zijn aangepast.
Toevoegen van 15 vragen die de algemene criteria van een persoonlijkheidsstoornis nagaan.
Psychometrische gegevens en onderzoek over de DSM-IV en DSM-III-R versie.
Samenhang van de VKP met andere vragenlijsten waaronder: TCI, ABV, UCL, NVM, Big Five instrumenten en de EPPS.
Onderzoek o.a. afgenomen bij: normalen, patiënten, verslaafden, pedoseksuelen en incestslachtoffers.
Scoringsinstructie voor de handmatige scoring van de VKP. De scores worden overgenomen en gescoord op de los verkrijgbare scoringsformulieren.
Vertaalsleutel van VKP vragen naar de IPDE vragen.