Uitgeverij van Psychologische Tests

VTCIb

De VTCI is gebaseerd op Cloninger’s “Psychobiologische theorie van persoonlijkheid”. De VTCI is de verkorte versie van de TCI, met alleen de hoofdschalen.
De vier temperamentschalen meten die aspecten van de persoonlijkheid die waarschijnlijk erfelijk beïnvloed worden.
De drie karakterschalen verwijzen naar dimensies die op volwassen leeftijd tot volledige ontwikkeling komen, de persoonlijke en sociale effectiviteit be-ïnvloeden en het verwerven van een bewust zelfconcept.

Auteurs

Nederlandse vertaling: I.J. Duijsens, J.G. Goekoop & Ph. Spinhoven

Beschikbaarheid

Datec Testmij Online
Datec Testmij Online
Datec Score Manager
Datec Score Manager

Doel VTCI

Meten van persoonlijkheidsaspecten, temperament en karakter.

Versies

De VTCI is de verkorte versie van de TCI. De TCI heeft meer vragen en kan daardoor per hoofdschaal een aantal subschalen uitvragen. De VTCI is sneller af te nemen. Zie TCI.

Doelgroep

Adolescenten en volwassenen van 12 tot 79 jaar met een voldoende leesvaardigheid.

Beschrijving

Met behulp van de VTCI worden alleen de scores op de hoofdschalen gemeten. Door de kortere afnameduur (ongeveer 20 minuten) verdient deze versie de voorkeur bij jongeren (vanaf 12 jaar) en bij ouderen of personen met verminderde concentratie (bv. verslaafden). Ook kan deze versie worden gebruikt wanneer behoefte bestaat aan een korte screening.

De VTCI heeft 105 items, te beantwoorden met “juist” of  “onjuist”. De schaal Volhardend is hier-voor uitgebreid met zeven nieuwe vragen. Voor de overige hoofd­schalen van de VTCI is een selectie gebruikt van de vragen van de TCI.

Psychometrische eigenschappen

De betrouwbaarheid van de VTCI schalen is voldoende tot goed en loopt van .69 voor Sociaalgericht tot .85 voor Leedvermijdend.

Afname

Schriftelijk of direct achter de computer. Individueel en groepsgewijs. De afnameduur is 20 minuten.

Scoring

Computerscoring en automatische rapportage is mogelijk. Handscoring met behulp van mallen duurt 10 minuten.
Normen
Voor de VTCI zijn vier normgroepen beschikbaar: algemene bevolking (n=657), patiënten (ambulante patiënten RIAGG, n=253), verslaafden (n=256) en scholieren (n=142).